Hetgeen u op de hoofdkaart (gezinskaart) ziet in de ‘huwelijksbalk’ heeft betrekking op de wettige (of gezinsrechtelijke) relatie tussen de partners (huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingscontract) en het maakt daarbij niet uit of dit een kerkelijk of een burgerlijk huwelijk is geweest.
Bij een huwelijk (of andere wettige relatie) kunnen gegevens over bijv. een kerkelijk huwelijk separaat worden toegevoegd.
Een kerkelijk huwelijk, evenals andere gebeurtenissen die betrekking hebben op het echtpaar/koppel/partners bijv. verloving of ondertrouw, kunt u het beste vastleggen bij het tabblad ‘Gebeurtenis’ bij het ‘Gezin’. Er zijn zelfs aparte gedcom tags voor. Het kerkelijk huwelijk staat in Reunion niet in de standaard ‘velden-set’.
Er is een klein verschil tussen de tags MARB en MARL:
– MARL: datum en plaats van toestemming (license) voor ondertrouw
– MARB: datum en plaats van ondertrouw (aankondiging), meest gebruik in genealogie programma’s
– ORDI: datum en plaats van een kerkelijk huwelijk
Deze bovenstaande tags worden ook gebruikt in andere genealogie programma’s en bij een gedcom import worden deze items automatisch geplaatst bij de ‘Gebeurtenis’ bij het huwelijk.
Hoe maakt u een veld ‘Kerkelijk huwelijk’:
Ga naar Reunion instellingen (of toetscommando Command ,) -> Velden -> tab Gezin
Maak de instellingen zoals hieronder aangegeven:

In Nederland mag een kerkelijk huwelijk pas gesloten worden NA een burgerlijk huwelijk, er is slechts één wettige relatie.
In Amerika is dit weer anders en is een kerkelijk huwelijk tevens een wettig huwelijk.
Derhalve staat op de gezinskaart alléén de wettige relatie in familie-rechtelijke zin.
Huwelijken voor ca. 1800 werden meestal gesloten voor de kerk (let dan wel goed op of dit ondertrouwregisters zijn of trouwregisters; over het algemeen zijn de kerkelijke registers ondertrouw registers, al dan niet met meldingen van afroepen en/of melding van datum van het huwelijk of een afgegeven attestatie naar een andere plaats), schout en bestaat ook nog het begrip ‘buitentrouw’.
In de steden was er vaak een commissaris van huwelijkszaken, waar afzonderlijke registers werden bijgehouden:
1. Voor de gereformeerden of andere kerkelijken werden de geboden afgekondigd, zowel in de woonplaats van de man als van de vrouw; er werd dan gezegd ‘zijn onder de geboden’. Dit moest driemaal geschieden op afzonderlijke zondagen met een vastgestelde periode. In principe kon daarvan niet afgeweken worden, dan alleen na dringende redenen.
2. Voor de niet-kerkelijken werd het huwelijk vanaf het stadhuis aangekondigd (gehangen aan de puij’).
Als we de gaarder inschrijvingen meerekenen, dan kunnen we (in bepaalde situaties) al snel komen tot 5 tot 7 meldingen van een bepaald huwelijk.
